Er is slecht weer voorspelt en dat is uitgekomen ook. Veel mist, af en toe een buitje en absoluut geen uitzicht. We kunnen op z’n hoogst enkele honderden meters vooruit kijken, maar dan houdt het ook wel op. Jan en ik leiden de groepen richting Suldenspitze, om vervolgens af te dalen over de Suldenferner. De Schaubachhütte laten we rechts liggen, maar de Hintergrathütte vinden we zeer geschikt voor de lunch. Vanaf daar gaan we over de Morosiniweg langs de K2-hut naar de Tabarettahut. Het is niet echt enerverend: paadjes lopen in druilerig weer. Vanaf de Tabaretta-hut gaat het weer wat steiler naar boven en lopen we over een alleraardigst rotsgraatje naar de op 3025 meter hoogte gelegen Payer-hut. We hebben dan wel een uur of zeven in de benen, maar dat is fysiek voor ons nu vrij eenvoudig.
Natuurlijk is het onderweg steeds de vraag wie het touw neemt. Tom had de leukste opmerking: “Je bedoelt die natte veter? Nou kom maar op!”
De Payerhut bestaat 125 jaar en was de eerste hut in de Alpen boven de 3000 meter.
’s Avonds drinken we een Weizenbiertje en rook ik een shagje mee met de gidsen, buiten in de vers gevallen sneeuw. Dit laatste belooft niet veel goeds.
We moeten ’s avonds het licht gewoon aan laten. Het zal vanzelf uitgeschakeld worden. Als de gidsen van de diverse groepen gezamenlijk besluiten dat er naar de Ortler geklommen kan worden, dan zal om 04.30 het licht aan gaan. Zo niet, dan kunnen we uitslapen tot 07.30

Slaapzaal van de Payerhut (3025)