Om een uur of zeven Jan gewekt in de auto. Vanwege een fysiek ongemak slaapt hij in de auto, gezeten in de bijrijderstoel. De afstandsbediening wekt Jan spoedig tot leven.
Al snel komen we tot de conclusie dat we gisteren geen brood hebben gekocht. Het winkeltje in het dorp is nog gesloten. Er wordt een mand met verse broodjes bezorgd op de camping. We hebben de verleiding kunnen weerstaan om even in de mand te graaien.
Om acht uur beginnen we aan de beklimming. We hebben een route in gedachten die al spoedig tot het onmogelijke behoort. Een alternatief is snel gevonden en we klimmen over een met graspollen bedekte helling naar boven. Het is prachtig weer en de bodem is droog. Dit is ook een vereiste voor deze route. Doe dit nooit als de ondergrond nog nat is! Op steile stukken biedt de pickel uitkomst.
We klimmen afwisselend door rots en alm. Jan heeft er een nieuwe kreet voor bedacht: Alminisme.
Het is warm en de beklimming is behoorlijk inspannend. Deze route is dus duidelijk zwaarder dan het dagje inlopen dat we voor ogen hadden.
Tegen de middag zijn we op zo'n 2600 meter aangeland op de graat van de berg.


De route op de berg achter camping Stanboccio
Na deze 900 meter klimmen besluiten we om aan de andere kant van de berg af te dalen naar route nr. 17. Onderweg worden we gade geslagen door een groep van 13 steenbokken.

Zoek de 13 steenbokken
We vinden het pad waar we vier jaar geleden ook al eens geweest waren. Helaas is het de Italianen er alles aan te doen om de toeristen te loodsen naar prachtige belvedères, hetgeen ons een behoorlijke omweg kost.
Het water raakt op. Gelukkig komen we een aantal werkmannen tegen die de route aan het herstellen zijn. Zij hebben de beschikking over een verder gesloten cafeetje, waar we gelukkig wat water kunnen krijgen.
We dalen af naar Cogne. In de loop van de middag bereiken we dit dorpje weer en doen wat inkopen.
In het weiland tussen Cogne en Valnontay staat een grote rots met een kruis erop. Hier vinden we een stukje schaduw waar we rustig wat kunnen eten en drinken. Uiteindelijk lopen we terug naar Valnontay waar we om een uur of vijf aankomen.
's Avonds eten we in het grote restaurant op de berghelling in Valnontay. Weinig gasten en we worden bediend door een kauwgom kauwend wicht dat niet meer uit kan brengen dan wat italiaans gebrabbel. De polenta vliegt je hier om de oren en gaat bij de meeste gasten weer geheel onaangeroerd terug naar de keuken.