Om 6.00 ontbijt. We zijn de enigen. Als we naar buiten kijken zien we een heldere sterrenhemel.

Om een uur of zeven is het licht en lopen we het bruggetje achter de hut over en beginnen met de klim tegen de eerste graspol. Daarna komt er een keienberg en voor we het weten staan we al weer aan het begin van een gletcher. Het is bikkelhard ijs waar we weer ferm de puntige stijgijzers in priemen. Dat gaat prima, maar al gauw blijkt dat er ook hier nagenoeg geen sneeuw meer ligt. Om de Grand Serraz te bereiken moeten we óf over 60 graden steil ijs óf door een enorme couloir met veel steenpuin.

Op ca. 3200 meter besluiten we om er dan maar een mooie tocht van te maken en lopen in een grote boog de gletcher weer af.

Na enkele uren komen we weer bij de hut, waar een marmot nog even poseert. Dan volgt de afdaling naar Valnontey. Vele dagjesmensen puffen zich de helling op. En ja, toch nog, twee steenbokken. De originele route is halverwege afgesloten en de verplichte alternatieve weg is erg steil. Een wanhopige dame van een jaar of vijftig probeert haar man te bewegen om terug te gaan, maar Heinrich loopt al tientallen meters voor en roept naar zijn vrouw dat hij dóór gaat. H. denkt dat 'ie er bijna is, maar wij weten dat het nog ca. 2 uur duurt. Om een uur of twee zijn we weer in Valnontey en nemen we een biertje.
