Om een uur of zeven réveille in Argentière. Boeltje opbreken en richting Chamonix maar weer, waar we op een parkeerplaats ontbijten. Het plan is om een klettersteig in de omgeving van Courmayeur te gaan doen. Dat dorp ligt in Italië, zodat we door de Mont Blanc tunnel moeten.
We worden aan het begin van de tunnel aangehouden door een ijverige douanier, die vraagt waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan, of we nog drank en sigaretten hebben aan te geven etc. Hij loopt spiedend om de auto heen en tuurt naar binnen. We laten deze exponent van een uitstervend ras zijn gang gaan en mogen daarna onze weg vervolgen.
Na een kilometer of tien en 30 euro tolgeld lichter, komen we in Italië aan. Al gauw blijkt dat de weg naar onze klettersteig is afgesloten, zodat we nieuwe plannen moeten maken. We besluiten om richting Valpelline te rijden.
In Valpelline slaan we linksaf richting Ollomont en rijden het dal uit tot we niet meer verder kunnen.
In Glassier trekken we de schoenen aan en doen we de rugzak weer om en gaan op pad richting Mont de Balme.
Het is erg warm tijdens de eerste 500 meter klimmen, daarna komt een lekker windje ons verkoelen. Opeens zie ik een grote hond de berg af komen rennen, recht op mij af. Zijn blik is onstuimig en zijn snelheid groot. Blaffende honden bijten niet en deze hond blaft niet. Gewoon doorlopen en luisteren of er nog iets aankomt dat een aanslag op de benen wil doen, maar dat blijft gelukkig uit.

Het is een prachtige omgeving en we komen verrassend genoeg niet al teveel sneeuw tegen. We zien de Mont Gelé, Mont Avril en Bivacco Régondi. Er ligt nog erg veel sneeuw daarboven en we zien ons nog niet één van die toppen beklimmen deze week. De doelen moeten dus worden bijgesteld.

Op 2350 meter komen we bij een boerderij, maken enkele foto's en keren terug op onze schreden. Om half vijf zijn we weer bij de auto, na 5,5 uur lopen en 800 meter omhoog en weer omlaag.
Tijd om een camping op te zoeken. Er is er één in Valpelline, maar die is gesloten. Ook blijkt dat we niet veel diesel meer in de tank hebben, hetgeen in Valpelline tot de niet gedistribueerde brandstof behoort. In Aosta is dat natuurlijk wel voorhanden en zo belanden we weer onderin het dal.
Het is warm in Aosta, zo'n 30 graden. Heerlijk, ook als je weet dat het in Nederland een stuk frisser is en regent.
Na inname van diesel en boodschappen storten wij ons weer op het vinden van een camping die wel open is. Die vinden we in Gignod, op de route naar de Gran St. Bernardino. Camping Europa is net ontwaakt uit de winterslaap, er vallen drie spatten regen en dan is het weer droog.

We maken 's avonds een roerbakgerecht met gehakt, broccoli, ui en taugé. Aangevuld met kruiden, ketchup en spaghetti wordt dat een prima maaltijd bij een heerlijke buitentemperatuur.
